Ordewet Zimbabwe

Ordewet voor de Provinciale Grootloge voor Zimbabwe 

Artikel 1 (Begripsbepalingen) 

In deze Ordewet wordt verstaan onder: 

 

  1. de Statuten: de Statuten van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden;   
  2. de Ordegrondwet: de Grondwet van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden;   
  3. de Ordewet Lidmaatschap: de Ordewet Lidmaatschap van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden;   
  4. de Grootmeester: de voorzitter van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.

Artikel 2 (Instelling en gebiedsaanwijzing)

 

  1.  
  2. Er is een Provinciale Grootloge voor Zimbabwe.  
  3. Het ressort van de Provinciale Grootloge beslaat het grondgebied van Zimbabwe.

Artikel 3 (Delegatie van bevoegdheden aan het Provinciaal Bestuur)

 

  1.  
  2. Het Provinciaal Bestuur is binnen het ressort bevoegd tot: 
    1. het opzeggen van het lidmaatschap (artikel 5, derde lid, van de Statuten); 
    2. de ontzetting uit het lidmaatschap (artikel 5, vierde lid, van de Statuten); 
    3. de ontheffing van de verplichting om van slechts één loge gewoon lid te zijn (artikel 10, tweede lid, van de Ordegrondwet); 
    4. de behandeling van ernstige bezwaren tegen overschrijving naar een andere loge (artikel 28, derde lid, van de Ordewet Lidmaatschap).
       
  3. De in het eerste lid, onder b, gedelegeerde bevoegdheid geldt niet jegens leden van het Provinciaal Bestuur.
     
  4. De in het eerste lid, onder c, gedelegeerde bevoegdheid geldt slechts voor zover de loges die het aangaat, zijn gelegen binnen het ressort van de Provinciale Grootloge.

Artikel 4 (Mandatering van bevoegdheden aan de Provinciale Grootmeester)

  1. Onverminderd de bevoegdheid van de Grootmeester om daarin zelf te voorzien is de Provinciaal Grootmeester bevoegd uit naam van de Grootmeester: 
    1. ontheffing te verlenen van de ingevolge de Ordegrondwet geldende termijnen voor bevordering en verheffing (artikel 8, derde lid, van de Ordegrondwet); 
    2. een andere loge aan te wijzen voor de bevordering of verheffing van een broeder (artikel 8, vierde lid, van de Ordegrondwet); 
    3. te bepalen dat aanneming , bevordering of verheffing op andere, door hem aan te geven wijze plaatsvindt (artikel 16, derde lid, van de Ordegrondwet).
       
  2. De in het eerste lid gemandateerde bevoegdheden gelden slechts voor zover de aanneming, bevordering of verheffing plaatsvindt binnen het ressort van de Provinciale Grootloge.
     
  3. De Provinciaal Grootmeester legt besluiten als bedoeld in het eerste lid schriftelijk vast en ondertekent deze met gebruikmaking van de zinsnede "Uit naam van de Grootmeester".

 

Klik hier voor het Document in PDF

 

Regnr. K.v.K. 40407409