
Kort na de oprichting van de Nederlandse grootloge in 1756 bevonden zich in het toenmalige Oost- en West Indië al diverse vrijmetselaren. Om de vorming van loges te bevorderen werd door de Nederlandse grootmeester een hem bekende broeder benoemd tot provinciaal grootmeester met het recht loges in zijn werkgebied te stichten. Deze vrijmetselaarsloges vervulden binnen de koloniale samenleving maatschappelijk een niet te onderschatten rol; zij leverden een actieve bijdrage aan de samenleving, waarbij zij zich lieten leiden door het maçonnieke gedachtengoed.
In Oost-Indië, nu Indonesië, werd in 1764 de eerste loge gesticht onder de naam La Choisie.
In West Indië, dat destijds alle Nederlandse vestigingen in en op de kust van Zuid-Amerika omvatte, werd in 1757 de eerste Nederlandse loge gesticht op Curaçao, onder de naam De Vriendschap.