Search
Leden aan het woord Login  

Logo.gifLoge Driehoek

Enkele leden van Loge Driehoek aan het woord 
V i e r   t y p i s c h e   v r a g e n   k r e g e n   z e   v o o r g e l e g d
( v r a g e n   d i e   u   w e l l i c h t   b e k e n d   i n   d e   o r e n   z u l l e n   k l i n k e n )
B e n t   u   b e n i e u w d   n a a r   h e t   a n t w o o r d ?   L e e s   d a n   e v e n   m e e . . .
Wat houdt broederschap in?
Broederschap beleef ik vooral in de loge, in de contacten met de andere logeleden. Voorwaarde is dan wel dat je zelf actief meedoet. Broederschapsidealen kunnen vaak te hoogdravend zijn. Een 'de aarde omspannende broederschap' is voor mij tamelijk irreëel. Natuurlijk is men in andere landen gastvrij en gaan daar de deuren van de loges voor je open. Maar dat de broederschapsgedachte zelfs daarbuiten de toon zou (moeten) zetten lijkt mij wat ver van de werkelijkheid.
Broederschap is voor mij een tamelijk abstract begrip. Voor mij is het meest wezenlijke de sfeer van vertrouwen in de ontmoeting met de ander. Een ander aspect daarbij is het met elkaar in actie komen. Broederschap zie ik vooral als middel, niet als doel.
Broederschap associeer ik met je kwetsbaar kunnen opstellen. En omgekeerd: de uiting van de ander op waarde willen schatten. Het belangrijkste daarbij is: luisteren. liefde, betrokkenheid zijn voorwaarden. Je kunt het leren. Ook op dit punt acht ik de vrijmetselarij een leerschool.
Broederschap wordt gedragen door de verbondsgedachte: het delen van een ervaring maakt ons tot broeders. Bij mijn inwijding heb ik dit zo gevoeld. De tekst (van het inwijdingsrituaal) spreekt er ook over. Daarnaast is het net of je er een aantal vrienden bij krijgt. Het heeft mij gefrappeerd hoe ik me al vanaf de avond van de inwijding opgenomen voelde.

Wat is er zo bijzonder of uniek aan het logeleven?
Uniek aan het logeleven is dat er een sfeer van onderling vertrouwen heerst. Dat je in de loge dingen over jezelf kunt zeggen. Ik vind het plezierig om in de loge de medebroeders te ontmoeten. Dat stimuleert mij, ik vind het erg vruchtbaar.
Ik vind het deelnemen aan Open Loges bijzonder. Ik kan een verband leggen tussen het spel dat we daar spelen en het dagelijks leven. In het rituaal tref ik de thematiek van geboorte en dood aan, van afscheid nemen en nieuwe verbintenissen aangaan. In de comparities kan ik daar vervolgens met anderen over praten.
Normaal zijn we altijd met onszelf bezig. In de loge leer je te luisteren: het werk van de ander moet tot je doordringen. Ook leer je om met anderen samen te werken. Via functies in de loge word je gestimuleerd tot meer zelfwerkzaamheid. Functies binnen de loge hebben mij geholpen in mijn ontwikkeling.
Ik zou het ‘onverbiddelijke saamhorigheid’ willen noemen, gedragen door openheid, eerlijkheid en vertrouwen. Met ruimte voor verschillen in opvatting

Wat betekent het vrijmetselaar te zijn?
Het is natuurlijk meer dan ceremonieel: de beleving staat voorop. Om het eens wat plechtig te zeggen: de beleving van de grootsheid van ‘het zijn’. Ik zie een inwijding ook echt als een verschuiven van grenzen; als een stimulans om verder te komen in geestelijk-religieus opzicht. Daaraan dragen trouwens ook de bouwstukken van de logeleden bij.
Voor mij betekent vrijmetselaar zijn het 'zich bezinnen op...', om vervolgens iets in de wereld te zetten. Ik zie de mens, man of vrouw, als een levenskunstenaar, die met een zekere passie tot creëren komt. Ieder mens moet daarbij die vorm van zelfexpressie vinden, die bij hem of haar past.
De vrijmetselarij biedt mij de mogelijkheid te leren om door de uiterlijke wereld heen te zien, om de geestelijke achtergronden ervan te ontdekken en te beleven. Het werken met symbolen en ritualen is daarbij onmisbaar.
Opvallend is wel, dat ik er dagelijks mee bezig ben. Steeds moet ik denken aan al de indrukken die op me afkomen. Ik ben erg geboeid geraakt door wat ik meemaak. De Open Loges staan daarbij voorop. De sfeer, de entourage, de plechtigheid maken op mij grote indruk. Soms ben ik zelfs ontroerd. De comparities dwingen mij tot nadenken. Maar ik moet natuurlijk zeggen: ik sta als leerling nog maar aan het begin.

Wat was de beweegreden om vrijmetselaar te worden?
Ik heb geleidelijk ontdekt dat 'kennen-weten-denken' hun grenzen, hun beperkingen hebben. Vooral wanneer het gaat om meer metafysische onderwerpen. De vrijmetselarij werkt met symbolen en ritualen: dit is een andere weg waardoor men nader kan komen tot het mysterie van het leven. Een methode zonder leerstelligheden. Zo'n weg zou misschien ook via muziek, kunst, natuur kunnen worden gegaan, althans tot op zekere hoogte. De methode van de vrijmetselarij reikt echter voor mij verder.
Een boek van de antroposoof Lievegoed zette me op een spoor: aandacht leren schenken aan je innerlijk, je innerlijke wereld. Voor mij geldt als levensopgave een meer waarachtig mens te worden, mezelf beter te leren kennen, meer mezelf te worden. Het werken met analogieën en symbolen geeft mij de grotere diepgang die ik zoek.
Al vroeg ben ik geboeid geraakt door kosmische vraagstukken. Er kwamen mensen op mijn weg, die mij hierin stimuleerden. Bijzonder was echter de tentoonstelling over de vrijmetselarij, door de Duitsers in 1941 in het vroegere ordegebouw aan de Fluwelen Burgwal georganiseerd. Door gebeurtenissen in mijn persoonlijk leven kwam er nog een tweede leitmotief bij: iets te kunnen betekenen voor je medemens. Ook op dit punt heb ik binnen de vrijmetselarij veel geleerd.
Ik ben Rooms Katholiek opgevoed, heb in mijn jeugd de kerk bezocht. De plechtigheid van de mis, de sfeer in de kerk spraken mij aan. Ik heb mij van de kerk als organisatie losgemaakt en ben toen verder gaan zoeken. Enkele van mijn jeugdvrienden waren vrijmetselaar; hun verhalen intrigeerden mij. Deze contacten plus het bijwonen van een voorlichtingsbijeenkomst hebben uiteindelijk de doorslag gegeven.
Het was voor mij moeilijk om vooraf precies aan te geven waar ik naar zocht. Ik bespeurde een drang in mezelf. Nu ik vrijmetselaar ben geworden weet ik - en dit dus achteraf - dat ik hier naar op zoek was.

E R V A R I N G E N   V A N   E E N   J O N G E  V R I J M E T S E L A A R 
Al jaren interesseer ik mij voor andere godsdiensten dan de westerse en voor de zogeheten "mysterie-scholen". Ik ben namelijk iemand die zichzelf wil ontwikkelen. Op de een of andere manier lijkt dat, voor mij althans, niet in de westerse godsdiensten te zitten. Die dreigen met hel en verdoemenis als je niet in god gelooft of naar de kerk gaat. In de tijdspanne van één leven schijn je al zo'n goed mens te moeten worden dat je na je dood naar de hemel mag. Hoe de hemel of hel er dan uit ziet zeggen ze niet. Ook blijf ik onkundig van wat er zich daar afspeelt. Daar moet ik maar mijn eigen fantasie over laten gaan, zeggen ze. Veel verder dan op wolkjes liggen of op een groot grasveld zitten in de buurt van de stoel waarop god pleegt te zitten kom ik niet. Ik vind dat erg onbevredigend.

Op jeugdige leeftijd kwam ik in contact gebracht met de Rozenkruizers (Lectorium Rosecrucianum). Die hebben aardige jeugdgroepen waar ik veel speelkameraadjes vind. Er is elke week een bij­eenkomst waarin een jeugdleider een onderwerp behandelt. Dat zijn soms stukjes uit de bijbel of een ander boek zoals de Laotze. Na het citeren van een kort stukje tekst volgt er een lange uitleg en bespreking van de achtergronden. Ze geloven in reïncarnatie oftewel de terugkeer van de ziel op aarde. Aan één leven heb je veel te weinig. Wat je in het ene leven verkeerd doet moet je in een volgend leven weer goed maken. Van god hebben ze geen concrete voorstelling, maar ze vertellen me wel een aantal natuurwetten en -principes die weinig mensen kennen. Logisch, want als je niet in reïncarnatie gelooft, heb je daar niets aan. Met hel en verdoemenis dreigen doen ze niet. Ze maken me alleen duidelijk dat ik voor mijn eigen daden verantwoordelijk ben en erover na moet denken wat ik (een ander aan-) doe. Het is de bedoeling dat ik mij door hard te leren eigenschappen verwerf, die gewone mensen niet hebben. En als ik hard genoeg mijn best doe, kan ik de schier eindeloze cyclus van geboren worden, leven en sterven totdat je het goed doet, doorbreken.

Naarmate ik ouder wordt begin ik mij te ergeren aan de vele voorschriften die ze hebben: niet roken, niet drinken, geen vlees eten en geen televisie kijken. Kom daar maar eens mee bij een tiener van 17 jaar die niet liever doet dan met zijn vrienden een pilsje pakken en op zijn brommer scheuren. Wat dan de deur dicht doet is de sociale controle. Iedereen houdt elkaar in de gaten. Heeft ... TV gekeken? Oh ... wat een slechterik! Ik besluit daarmee te breken.

Wat nu? Hoewel ik daar veel geleerd heb staat dit gedrag me toch ook tegen. Ik besluit met mijn vrienden mee te gaan en me eens lekker uit te leven. Maar na een aantal jaren krijg ik toch weer de behoefte aan meer kennis over het leven. Zonder dwang van buiten besluit ik tot een vegetarische leefwijze. Ik ga zelf­standig literatuur uitzoeken en lezen. Daarnaast loop ik oosterse godsdiensten en mysteriescholen af die me iets leken. Hoewel er enkele mij wel aanspreken, knap ik toch af op het vaste stramien dat ze allemaal kennen. Je moet eerst volledig aangehaakt hebben bij hun denkwijze voordat je verde­re kennis verkrijgt. Ze zijn haast allemaal in mindere of meerdere mate dogmatisch. Officieel mag je dan wel een afwijkende mening hebben; maar het mag ook weer niet teveel worden. Ik besluit om door te zoeken naar een voor mij passende stro­ming. Een nieuwe baan houdt mij zeer bezig en een tijdlang gebeurt er niets.

Dan gebeurt het toch. Ik had wel eens wat gehoord van de vrijmetselarij en er wat informatiemateriaal over opgevraagd. Hoewel het er op het eerste gezicht goed uitzag, snapte ik niet wat het eigenlijk inhield. Werken met symbolen, mannen van diverse pluimage die elkaar op dit aspect konden vinden, oefenen van tolerantie, allerlei attributen, inwijdingen en tempels. Gooi maar in mijn pet! Wat doen die lui nou eigen­lijk? En wat heb ik daar nou aan? Ik wist inmiddels al heel wat van allerlei geestelijke stromingen, maar begreep niet hoe de vrijmetselarij mij vooruit zou kunnen helpen. Of misschien toch? Ze hebben toch geheimen!? Die hoor je natuurlijk pas als je er bij gaat. Op een cursus kom ik iemand van mijn werk tegen. Hij vertelt een collega dat hij lid is van een bij­zondere vereni­ging en ik zie het kleine speldje dat hij op zijn revers draagt: een passer en een winkelhaak.

Het contact is vlot gelegd. Na een lang verhaal en het beant­woorden van vele vragen volgt een gesprek met een andere ervarener vrijmetselaar. Hij is instaat om op al mijn vragen antwoord te geven en kan een beeld schetsen van de verschil­lende loges. Van hem begrijp ik dat de loges verschillen naar aard en omvang van haar leden. De 'werkzaamheden' variëren per loge van maçonnieke vakantiefoto's kijken tot en met het verrichten van serieuze studies.

Ik stel voor mijzelf een leerwens samen en besluit die te toetsen. Als de vrijmetselarij denkt mij daarin te kunnen helpen of steunen, zal ik voor de vrijmetselarij kiezen en haar mijn eigen kennis en kunde ter beschikking stellen.

Mijn wens ziet er als volgt uit:
  • contact kunnen leggen met vrijmetselaren die mijn interesse in geestelijke stromingen delen en hierover kunnen praten in de loge;
  • mijn denkbeelden over datgene wat mij bezighoudt, kunnen toetsen in open overleg met anderen (begrip krijgen en geven, niet afgerekend worden op je fouten);
  • steun krijgen bij de eigen ontwikkeling;
  • begrip krijgen voor mijn vegetarische leefwijze
  • kunnen leren van anderen en van de vrijmetselarij.
Mijn huidige gesprekspartners bevelen mij een gesprek met leden van loge Driehoek aan. Zij schatten in dat ik daar datgene zal vinden wat ik zoek.

Een eerste gesprek vindt plaats met iemand die naast vrijmetselaar ook rozenkruiser is, hoewel van een andere stroming dan de mij bekende. Het gesprek verloopt vlot en geanimeerd. Het toeval wil dat er binnen enige tijd een voorlichtingsavond plaatsvindt. Daar kan ik een uitgebreide indruk krijgen van de loge en haar leden. Die avond wordt druk bezocht. Het zijn mensen van wel heel verschillend pluimage. De verschillen zijn groter dan ik ooit verwachtte. Toch heerst er volkomen harmonie hetgeen mij zeer verbaast. Ik besluit mij dan ook op te geven als kandidaat en ongeveer een jaar na mijn eerste con­tact met een vrijmetselaar, wordt ik ingewijd in loge Driehoek.
De inwijding trekt als een storm over mij heen. Het is haast niet anders te beschrijven. De aldaar plaatsgrijpende gebeur­tenissen zijn zo talrijk en zo doorspekt met een symboliek dat je er eigenlijk per evenement lang zou moeten naden­ken over de betekenis ervan. Die tijd heb je niet tijdens je inwijding. Wel heb je de gelegenheid om na je eigen inwijding te gaan 'visiteren' (andere loges bezoeken) en eens naar de inwijding van anderen te kijken. Je kunt het dan eens van de andere kant bekijken en het verdiept je eerste ervaring enorm. Je bent immers nu niet zo gespannen als de kandidaat en hebt de vrij­heid om ook je ogen te richten op datgene wat zich niet direct in het centrum van de aandacht bevindt.

Tijdens de eerste bijeenkomst presenteert de loge zich aan mij als een hechte groep goede vrienden van elkaar. Mij wordt geleerd dat men elkaar altijd een hand geeft ter begroeting, ook al kent men elkander reeds 25 jaar. Er volgt op mijn inwijding een kennismakingsproces, een oriëntering op hoe je je als vrijmetselaar moet gedragen en moet handelen. Het gedrag is mij dermate vreemd dat hierin veel tijd en energie gaat zitten. De vrijmetselarij heeft een heel scala aan gebruiken. Als je niet uit de toon wilt vallen moet je je daaraan toch enigszins confirmeren.

Het leerling zijn in de vrij­metselarij staat in het teken van werken aan jezelf. Naast het wennen aan de vrijmetselarij, presenteert de loge zich aan mij als een instituut waar ik zelfstandig gebruik van kan maken om datgene te leren en te doen wat ik wil. Het komt wel op mijzelf aan om dat ook te doen. De loge heeft daartoe een jaarprogramma bestaande uit verschillende typen bijeenkomsten. De 'open loges' zijn bij­eenkomsten waar de leden in rokkostuum verschij­nen ten einde een rituele ceremonie te voltrekken zoals een inwijding, bevordering of meesterverheffing. Als deelnemer hieraan volgde ik voornamelijk de symboliek van het rituaal en probeerde ik mij in te leven in de positie van de kandidaat. Hieruit kon ik de diepere beteke­nis van de handelingen en de symboliek als het ware invoelen. Dat gaat bij mij associatief. Een bepaalde gebeurtenis in een rituaal koppel ik door naar de betekenis die dat in mijn (het) leven heeft. Hierdoor ervaar ik de bijzondere betekenis van de symbolen. Ze zijn zo eenvoudig en treffend gekozen. Als je je ervoor kunt open stellen zie je de bijzondere betekenis en de verreikende strekking ervan. De struikel­blokken die je in het dagelijks leven ondervindt zijn daar voorbeelden van. Je kunt het niveau van die erva­ring koppelen aan je eigen niveau. Hetzelfde symbool kan bijvoor­beeld voor jou in eerste instan­tie verwijzen naar een concrete ervaring in je leven. Later zie je dat het symbool ook kan verwijzen naar veel complexere situaties. Dat is voor mij de kracht van het sym­bool. Als je daar niet voor open staat heb je niets aan de vrijmetselarij. Overigens blijkt mijn eigen ervaring te verschillen van die van anderen. Die lezen in een bepaald symbool weer iets wat ik dan weer niet thuis kan brengen. Dat maakt ook niet uit we genieten alleen van de bijzondere bijeenkomst. Dat is voor mij een bijzonder mooi voorbeeld van hoe je met verschillende opvattingen toch één harmonieus gezelschap kunt zijn.

Er zijn ook andere bijeenkomsten waarin men elkaar in meer alledaagse kledij treft. Bijvoorbeeld instructiebijeenkomsten voor leer­lingen, gezellen en meesters. In deze bijeenkomsten ontvangen leden uit de zelfde graad 'lessen' van maçonniek ervarener personen. Ook vinden er lezingen plaats die door leden van de loge worden voorbereid, bouwstukken genaamd. De inleider behandelt een onderwerp en na de pauze is het vragen stellen en discussiëren over het onderwerp. Natuur­lijk heeft de loge als gewone vereniging tenslotte ook meer bekende bijeenkomsten zoals bestuursverga­de­ringen en ledenvergaderingen.

In mijn prille loge-ervaringen heeft de broederschap mij het meest getroffen. Loge driehoek hecht er veel waarde aan om ieder lid (broeder) in zijn waarde te laten. Je kunt je mede­broeders je diepste gevoelens meedelen en/of je meest onzekere opvattingen ter discussie stellen in de zekerheid dat je niet belachelijk gemaakt of gekleineerd wordt. Dat wil niet zeggen dat driehoekers elkaar in de watten leggen. Je kunt de spiegel soms ongezouten voorgehouden krijgen. Er is echter zelden een bewuste negatieve intentie. Ik zeg geen nooit want we zijn tenslotte ook maar mensen. Als het incidenteel gebeurt wordt het incident wel besproken met de intentie om hier in de toekomst van te leren.

In het begin keek ik aan tegen het feit dat je een jaar leer­ling bent. Dat leek me erg lang. Niets blijkt echter minder waar, want deze periode was zo voorbij. Het is dan goed ge­bruik in loge driehoek dat je je medebroeders in een bouwstuk vertelt wat je in het afgelopen jaar bezig heeft gehouden. De inhoud van dit "leerling bouwstuk" is naar keuze. De traditie wil dat je aandacht besteed aan je eigen opvattingen en/of beleving en hoe die onder invloed van het gebeuren in de loge is veranderd (of niet). De vragen die de logeleden je na afloop stellen gaan vaak over het verhelderen van je ervarin­gen. Dat lijkt misschien makkelijk, maar dat is het zeker niet. Probeer maar eens aan anderen uit te leggen waarom je over een bepaalde levens- kwestie of opvatting denkt zoals je denkt. Nog afgezien van het aangeven van een ontwikkeling daarin!

Ik vond het echt jammer dat mijn leerlingtijd voorbij was toen ik gezel werd. Het leek wel of mijn onbekommerde jeugd (waar je als volwassene zo jaloers op kinderen kunt zijn) voorbij was. Een gezel draagt niet alleen meer de verantwoordelijkheid voor alleen zichzelf. Zijn relatie tot de medemens krijgt meer aandacht. Ik heb genoten van het bevorderingsrituaal dat ik al veel bewuster meemaakte dan mijn inwijding. De, in vrijmetse­laarskringen zo vaak gebruikte bouwsymboliek, doet zich hier wel heel erg gelden. De symbolen zijn ook hier weer zo talrijk dat ik ze nauwelijks kon doorgronden in het jaar dat mij nog restte tot mijn meersterverheffing. Niet iedereen kon trouwens goed uit de voeten met de tweede graadssymboliek, maar dat schijnt een algemenere klacht te zijn.

Het bereiken van de derde graad gebeurt door een meesterverheffing. Dit rituaal ervoer ik als groots en uiterst complex. Met mijn eerder geschetste occulte achtergrond kon ik de symboliek echter redelijk goed 'vatten'. Je blikveld wordt met deze verheffing symbolisch nog groter en omvat meer dan intermenselijke verhoudingen. Het is moeilijk aan te geven wat dat is. Ik ga ervan uit dat er achter het menselijk bestaan een diepere grondslag schuil gaat die begrepen kan worden. Met de meesterverheffing krijg je daar een eerste blik op. De symboliek verwijst mijns inziens naar meer filosofische zaken zoals: leven en dood, de lessen die de mensheid heeft te leren, de reden achter het bestaan etc. etc. De meestergraad is eigenlijk de hoogste graad die je in de gewone vrijmetselarij kunt bereiken. Er zijn na de meestergraad nog meer gelegenheden om verdere inwijdingen te verkrijgen die daarop doorgaan. Zelf heb ik ervoor gekozen om hier (voorlopig al­thans) te stoppen. De aangereikte symboliek is meer dan voldoende om mijzelf verder te kunnen ontplooien en om mijn medebroeder mee van dienst te zijn.
 Print    

Orde van Vrijmetselaren in Nederland
e-mail: info@vrijmetselarij.nl
siteontwerp: Babelfish.nl