In 1932 verkreeg Loge Eensgezindheid een wettige Constitutie brief, op 18 februari 1933 werd de Loge geïnstalleerd: een aantal Broeders wilde weer de Vrijmetselarij beoefenen, zoals de doelstellingen van de Orde die van oudsher omschreven.
Er werd zonder franje, recht in de leer, soms wat eigenwijs, ernstig en open, in een klein gezelschap met elkaar gearbeid in de Koninklijke Kunst en aan de trias: Ken Uzelve, de medemens tot steun, gericht op de Meester.Een 'gereformeerde' loge werd Eensgezindheid spottend genoemd, want niet alleen de ernst was belangrijk, ook het altijd bijeenkomen in Open Loge, met het volledige Openings- en Sluitingsrituaal, en de soberheid in de uitvoering van de Ritualen onderscheidde deze werkplaats.
Nog steeds heeft Eensgezindheid dit byzondere karakter: een klein ledental, waardoor de leden elkaar goed kennen, een ernstige en sobere werkwijzein de Ritualen, aandacht voor het specifiek maconnieke gedachtegoed, zowel in de Comparities als in de Instructies en beduchtheid voor holle en lege frasen.
Alleen ernst en soberheid?
Welnee: een groot gevaar, dat de Loge herhaaldelijk heeft bedreigd was het financiele tekort door de te hoge wijnrekeningen bij de Broedermalen en in de Zevende Graad; en zeker was er geen sprake van het wegspoelen van onmetelijk verdriet....
De denkbeelden van onze prichters zijn nog steeds van kracht en bepalen de sfeer en het gezicht van Loge Eensgezindheid.