

-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

Vrijmetselarij is een broederschap van mannen die hun leven geestelijk willen verrijken tot nut van zichzelf en de samenleving. Vrijmetselarij is een methode van denken en doen met als doel een bewuster levend mens te worden. De vrijmetselaar gaat daarbij uit van het vaste vertrouwen in een allesvoortstuwende kracht. Hij noemt deze kracht: De Opperbouwmeester des Heelals
Omhoog
Het onderscheid is de werkwijze en vooral de daarbij horende rituelen en symbolen. De vrijmetselarij is een leerschool tot het zelfstandig zoeken naar waarheid, zonder opgelegde dwang. De vrijmetselaar verwerpt dogmatische en totalitaire opvattingen. Hij zoekt wat mensen samenbrengt en neemt weg wat hen verdeelt.
Omhoog
De vrijmetselarij gaat uit van het recht van ieder mens tot het hebben van een eigen religieuze, politieke of maatschappelijke overtuiging. Als individu tracht de vrijmetselaar met toewijding te werken aan het welzijn van de gemeenschap. Hij streeft ernaar zijn talenten ter beschikking te stellen van zijn medemens.
Omhoog
Al in de vroege middeleeuwen toonden de steenhouwers zich als een hecht gezelschap. Een aparte plaats namen de kathedraalbouwers in. Een gilde van vaklieden dat, overal in Europa, daar werkte waar gebouwd werd. Aanvankelijk in de z.g. romaanse bouwstijl. Later, toen de kruisvaarders uit Arabië terugkeerden met nieuwe inzichten en het decimale stelsel meebrachten, ontstond de bouwtechniek met lichte, ranke vormen en hoge vensters: de gothiek. De bouwers kwamen bijeen in de z.g. bouwhutten (lodges), waar niet alleen de techniek, maar ook de betekenis van de bouw onderwerp waren van gesprek en van onderricht. Het hakken en bewerken van natuursteen speelde een grote rol bij het bouwen. Een veel gebruikte steensoort in Engeland was de 'freestone', een soort kalksteen. Vaklieden, die deze steen bewerkten, heetten freestonemasons of freemasons. Hierin herkent U de nederlandse naam vrijmetselaar en het eveneens gebruikelijke macon. Het waren ambachtslieden van allerlei nationaliteit die bii de lodges werden opgeleid van leerling tot gezel en sommigen van gezel tot meester.
Omhoog
Jazeker, maar wel met enige uitleg over de achtergronden. De renaissance betekent het einde van de kathedralenbouw. De gildes verdwijnen geleidelijk. Die in Schotland en in Engeland houden het langst stand. De praktische, 'operationele werkzaamheid wordt na de periode van de kathedralenbouw steeds meer vervangen door een zinnebeeldige bouw. De diepere betekenis van het bouwen bepaalt meer en meer het karakter van het onderricht. De lodges verliezen hun ambachtelijke betekenis en worden plaatsen waar allerlei zaken van geestelijke aard en menselijk streven aan de orde komen. Voornamelijk in Engeland behouden de gilden hun tradities en worden ook 'niet bouwvakkers' toegelaten. De lodge (loge) wordt een veilige plaats bevonden om over velerlei zaken vrijuit van gedachten te wisselen. Hiermee is een van de belangrijkste grondslagen van de moderne vrijmetselarij verklaard. Wij vrijmet