Vrijmetselarij is een levenshouding. Een manier om in het leven te staan met onder meer als doel een beter mens te worden. Dat beter-mens-worden loopt via zelfkennis, zonder welk kennis geen echt fundament heeft. Bij dat leerproces worden de waarden van anderen voortdurend erkend en indien mogelijk ingepast in de nagestreefde ontwikkeling.

Godsdienst kan voor de individuele Vrijmetselaar een belangrijke leidraad zijn, maar hij zal het niet uitdragen als enige waarheid, en zal de opvattingen van anderen met respect benaderen en alles wat hij daarin tegenkomt en een bijdrage kan leveren aan zijn eigen ethische ontwikkeling behouden.

Vrijmetselarij gebruikt in die ontwikkeling ritualen en symbolen als universele weg en als universele taal, zodat een ieder die daar gevoelig voor is het kan verstaan en kan begrijpen. De loge is een leerschool waar de web van zelfkennis verloopt via de "opdracht" jezelf te leren kennen, zodat je in staat bent die arbeid aan jezelf te verrichten die noodzakelijk is om ook als mens een positieve bijdrage aan de wereld te leveren. Zodat je wars van alle dogma's in alle vrijheid je geestelijk kunt ontplooien, een voorbeeld voor anderen kunt zijn en een steun en toeverlaat voor je naaste omgeving.

De weg die je als vrijmetselarij aflegt is de weg binnen een broederschap, zodat je kunt leren, dat alle mensen je echte naasten zijn. Je daaruit voortvloeiend gedrag zou moeten betekenen, dat je een voorbeeldig leven leidt. Voorbeeldig in de betekenis van een goed voorbeeld, dat navolging verdient. Dat moet geoefend worden.