Text/HTML

Minimaliseren

Text/HTML

Minimaliseren

Doet U daar kennen

 


De Voorzittend Meester zegt: "De Loge is gesloten. Keer terug naar het Westen en doet U daar kennen als vrijmetselaar."

 

Sinds ik Vrijmetselaar ben en met name na mijn vorig jaar afgesloten periode van drie jaren voorzittend meesterschap,  heeft deze zinsnede me vervuld van een zekere onrust. Wat mag dit betekenen?

 


 

Ik begreep natuurlijk wel dat ik ooit de betekenis onder ogen zou moeten zien en dat ik me er niet van zou kunnen afmaken met een das of een speldje of met een andere vorm van grote openhartigheid, zoals het opvallend op je Vrijmetselaarshorloge kijken.

 


Nee, het moet iets betekenen van: de normen en waarden waarover je spreekt in de Loge met je broeders mogen niet beperkt blijven tot de beslotenheid van de loge. Je houding en gedrag in het Westen, de wereld buiten de Loge, zouden in overeenstemming moeten zijn met wat je zegt, denkt en doet in de broederschap. Dat klinkt prachtig, maar nu?

 


Het voorbereiden van dit bouwstuk gaf me eindelijk de gelegenheid en de noodzaak hierover nou eens gestructureerd na te denken. Ik had namelijk besloten om het hier over te hebben.

 


De teksten die wij elkaar toevoegen in de Loge zijn toch niet slechts taal?

 


Het bleek niet zo`n makkelijke opgave. In algemene termen lukt het wel, een prediking over de noodzaak altijd eerlijk en fatsoenlijk te zijn en de menselijke waarden hoog te houden, in wat voor situatie dan ook, ach dat red ik wel met de vele dominees in mijn familie.

 


Over het met groepen broeders deelnemen aan bijvoorbeeld vredesmanifestaties, duidelijk blijk gevend dat het hier om een groep Vrijmetselaren gaat valt veel te zeggen en er valt goed over te compareren, maar daar gaat het mij nu niet om.

 


Het gaat mij nu om de vraag hoe je, individueel, gestalte geeft aan de opdracht je te gedragen naar de gedachten, normen en waarden van de vrijmetselaar in je dagelijks leven. Want zo kun je de opdracht van de Achtbare Meester opvatten.

 


Er zit niet zoveel anders op dan aan de hand van verschillende dilemma`s waar je voor staat of waar je voorgestaan hebt na te gaan of je je maçonniek gedragen hebt of niet.

 


 

 


Dilemma 1

 


Onlangs verscheen een boek van Jan van Burg, vroeger o.a. burgemeester van Purmerend, onder de titel “Westerse cultuur uit balans”. Hij verkreeg voor dit boek, dat als dissertatie werd gezien, de doctorstitel. Hij stelt in dit boek dat de geweldige groei van technologie en welvaart als tegenhanger met zich heeft meegebracht de aantasting van het leefmilieu, toenemende onveiligheid en nog veel meer.

 


Hij stelt vervolgens, als hij de ontwikkelingen van de Westerse cultuur nagaat, dat er eeuwenlang een tendens is waar te nemen dat er gestreefd werd naar evenwicht van de samenstellende delen, zowel van materiële als van immateriële aard.

 


Nu wij kennelijk de groei van technologie en welvaart het belangrijkst vinden, immers de vraag of het goed gaat met een land wordt daaraan afgemeten, is er een groeiende onevenwichtigheid in onze samenleving waarneembaar.

 


Dat heeft ingrijpende gevolgen.

 


Jan van Burg bepleit in zijn boek een radicale verandering van bewustzijn van de problematiek en pleit dus voor een radicale verandering van beleid.

 


 

 


Een verandering dus van het Cultuurbeleid. Met name ten aanzien van beleidsterreinen die in onderlinge verwevenheid de cultuur van een land bepalen. Ik denk daarbij aan economie, technologie, educatie, zorg, media en wetenschap.

 


Nou zult U wellicht denken of straks zeggen: nou Broeder Henk, zo erg is het toch niet! Er is toch, om maar eens een voorbeeld te noemen, veel aandacht voor de milieubelasting van bestrijdingsmiddelen in de Landbouw?

 


Nee, het valt niet mee. Het is wel zo dat, als de bezwaren bekend zijn, er opgetreden wordt tegen misbruik van bepaalde middelen, maar het blijkt zo te zijn dat op de eerste plaats wordt gekeken naar technologische mogelijkheden, vervolgens of in samenhang daarmee, naar economische gevolgen en haalbaarheden. Vervolgens, als er bezwarende factoren zijn voor welzijn, milieu, gezondheid enz. enz. worden maatregelen genomen om die bezwarende factoren te lijf te gaan. Soms zelfs met grote voortvarendheid.

 


Een integraal beleid waar, vanaf het begin, alle factoren worden overwogen in gelijkwaardigheid, zou, helaas, een radicale verandering van beleid zijn.

 


Daar heb ik het over. Daar heeft Jan van Burg het over in zijn streven naar balans, evenwicht.

 


Een ware vrije denker, een vrijdenker is weer wat anders, een waarlijk vrije denker die onafhankelijk tot oordelen komt, zou hier heel wat te doen hebben.

 


De technologische ontwikkeling heeft ons veel economische welvaart gebracht. Het beleid van paars heeft zoveel vruchten op economisch gebied afgeworpen dat de regering er ernstig van schrok en behoorlijk in verwarring was en is dat er zoveel onvrede bleek te heersen dat een man als Fortuin betrekkelijk eenvoudig veel weerstand bleek te kunnen mobiliseren. Daar zou het wel eens bij kunnen blijven. Zolang regeringen afgerekend worden op de economische welvaart zal er niet veel veranderen, hooguit wat meer aandacht voor consequenties van technologische ontwikkelingen. Het van het begin af aan streven naar evenwicht is wat anders.

 


 

 


Dilemma 2

 


Voordat ik U deelgenoot wil maken van mijn gedachten rond de eventuele aparte positie die een Vrijmetselaar in dit soort zaken kan en wellicht moet innemen, wil ik graag nóg een dilemma met U bespreken. Gezien mijn achtergrond, ik werkte meer dan 25 jaar in het Wetenschappelijk Onderwijs, zal het U niet verbazen dat ik dat dilemma kies in de rol die de Wetenschap speelt of kan spelen.

 


Er is al jaren behoorlijk grote onrust op de universiteiten en hogescholen. Het zijn hybride organisaties waar een botsing van cultures plaatsgrijpt. Naast elkaar en vaak tegenover elkaar staan de taakgerichte en marktgerichte oriëntatie en cultuur. Dat botst, regelmatig en heftig.

 

 

 


In Europa zijn er de 3 grote tradities:

 


   1.
De Humboldtse traditie. Wilhelm Von Humboldt was een Pruisische geleerde in de 18de eeuw, filosoof en staatsman.

 

   2. De Napoleontische traditie, waarin de Ecole Polytechnique een voorname rol speelt en de

 

   3. Newmanse traditie, genoemd naar de Engelse theoloog, kardinaal en rector van de Universiteit van Dublin, John Henry Newman.

 


 

 


In Nederland heeft met name Von Humboldt veel invloed gehad op de universitaire taakcultuur en op de vormgeving van de universiteiten:

 


    - Disciplines en leerstoelen als basis voor de universitaire organisatiestructuur, inhoudelijk onafhankelijk van Overheid en Samenleving.

 


    - Vrijheid in het bepalen van Onderwijs en Onderzoek en de koppeling van die twee.

 

     

 


Het is goed om even na te gaan wat de karakteristieken zijn van de taakcultuur.

 


        *
de kennis en de ontwikkeling van kennis en de overdracht van die kennis staan centraal

 

        * er is een kritisch- wetenschappelijke houding

 

        * er zijn vak- en disciplinegroepen

 

        * er is autonomie

 

        * professionaliteit

 

        * kritisch en onafhankelijk

 

        * meester- gezel- relatie

 

        * weinig hiërarchie, grote autonomie en diffuse besluitvormingsstructuur.

 

        * de financiering wordt volledig gegarandeerd door de Overheid, je maakt je niet druk over geld, winst, kosten, markt enzovoorts en er heerst een afkeer van administratie, structuur en bedrijfsleven.

 


     

 


Daar tegenover een paar karakteristieken van de marktcultuur:

 


        *
de productie staat centraal en de inkomsten daarvan op de markt.

 

        * opbrengst minus kosten is winst die gedeeltelijk wordt besteed aan innovatie en verbetering, dus ook vergroting van kennis.

 

        * de markt is een uitstekend ordenend instrument

 

        * inspanning en prestatie worden beloond

 

        *afspraken, contracten moeten worden uitgevoerd

 

        *naar prestaties gedifferentieerde salaris- en incentieve-structuur.

 

            

 


 

 


U ziet, als beide culturen in één en dezelfde organisatie naast elkaar voorkomen, dan is er scheiding van geesten.

 


Al was het maar noodgedwongen, de universiteiten werd opgedragen financieel hun eigen broek op te houden, zijn de universiteiten zich gaan verstaan met opdrachtgevers uit het bedrijfsleven.

 


Een wetenschapper, een kunstenaar en een Vrijmetselaar hebben in ieder geval één ding gemeen: Nieuwsgierigheid. Misschien is het wel dáárom dat er vaak een combinatie is, dat iemand alle drie is.

 


Nieuwsgierigheid waarnaar? Naar wat er achter de dingen zit, het verleggen van grenzen. Waarom is iets zoals het is en is het zoals het er uitziet?

 


In de wetenschap wordt zoiets fundamenteel onderzoek genoemd, maar ook aan een kunstwerk ligt fundamenteel onderzoek ten grondslag, zoals ook een Vrijmetselaar wil luisteren naar wat een ander zegt en denkt en waarom hij het zegt en denkt. Hij wil niet alleen begrijpen en weten wat een ander zegt, maar ook waarom en waartoe dat leidt.

 


Een universitair onderzoeksapparaat is en was ingericht om grenzen te verleggen, door nieuwsgierigheid gedreven. Niet in de eerste plaats in verband met maatschappelijke of commerciële relevantie.

 


Je ziet nu, in toenemende mate, een verschuiving, ook van de medewerkers, naar het loslaten van de oude normen en waarden van de universiteit.

 


Algemeen wordt thans geaccepteerd dat wetenschappers zich laten leiden door hun niet-universitaire opdrachtgever. Sommige vakgebieden betrekken nu al 80% van de financiering van hun onderzoeksinspanningen van buiten. Niet alleen van het bedrijfsleven overigens, ook van overheid en min of meer onafhankelijke onderzoeksorganisaties. (bv. farmacie, chemie, technologie).

 


Je ziet nu hetzelfde mechanisme als ik bij het eerste dilemma beschreef:

 


Om de kwalijke gevolgen, namelijk het afhankelijk zijn van opdrachtgevers waardoor het onafhankelijke onderzoek in gevaar komt, op te vangen wordt gezocht naar regels en criteria en naar maxima van wat nog toelaatbaar is. Van evenwichtige afweging aan het begin van het, door iedereen geziene en voorspelde proces, was geen sprake.

 

 

 


Terug nu naar de openingsvraag van dit bouwstuk.

 

 

 


Wij werken aan de ruwe steen. “Die ruwe steen bent U zelf” zegt de Opziener tegen de Leerling. We zijn dus bezig aan ons zelf te werken. Als wij de kubieke steen zien dienen we daarin nog steeds de ruwe steen te herkennen.

 


Als je nu, zoals ik, het eens bent met van Burg en ervan overtuigd bent dat de Cultuur, in brede zin, uit balans is en dat het evenwicht bij het ontwikkelen van beleid ver te zoeken is en je bovendien vrijmetselaar bent, wat dan?

 


Er is een opvatting dat het doen kennen in het Westen niet anders beduidt dan het je doen kennen middels Woord, Teken en Aanraking; onze ritualistisch erkenningsmethoden. Ik zou dat willen betwijfelen. Het zegt zo weinig. Een beetje krap uitgelegd zou dat ook kunnen zijn: door je stropdas of je speldje of je horloge.

 


In de Vrijmetselarij moet er méér mee bedoeld worden.

 

 

De zorgen over de gebrekkige vervolmaking van de tempel van Salomo, het streven naar datgene wat mensen verbindt en niet wat hen scheidt, het zoeken naar evenwicht, het uiteengaan in de rechte verhouding, op de een of andere manier moet je daar wat mee, ook buiten de loge.

 


Bij de genoemde dilemma`s en bij al die andere die je tegenkomt in het dagelijkse leven, dichtbij je zelf of in je directe of verre omgeving, ligt het voor de hand een tussenstandpunt in te nemen. Iedereen heeft wel een beetje gelijk. Je luistert naar beide partijen, je verdiept je erin, tracht te begrijpen wat die ander zegt en denkt en komt tot een tussenstandpunt. Is dat de weg? Ik geloof het niet.

 


De ruwe steen ben je zelf, maar je probeert beter te worden, te veranderen. Jezelf, maar daarmee ook je omgeving. Dat betekent, gesteld voor dilemma`s, het maken van keuzes. Is het niet de keuze voor een van beide, dan toch de keuze voor balans.

 

 

A/  Houding

 


Het luisteren, het niet zoeken naar het zwakke punt van je partner, maar luisteren, uit nieuwsgierigheid en om te kijken of je er iets mee opschiet. Niet veroordelen, maar die veroordeling uitstellen. Als je teleurgesteld bent over de houding van de ander, kijken of je verwachting wel in orde was.

 


Het verschil tussen compareren, vergelijken dus, het naast elkaar leggen van meningen en discussiëren, het tegenover elkaar stellen van meningen

 


Ik heb het geprobeerd. Het opent perspectieven dat in het Westen te doen.

 


De vreugde van een felle discussie, een debat verbleekt wel wat.

 


Het is moeilijk, ik kom er niet uit. Aan de hand van beslissingen die je genomen hebt nagaan of je hetzelfde besloten zou hebben als v.m. Dat moet wel, als het geen gevolgen zou hebben, waar ben je dan mee bezig.

 


Individueel, niet als loge sociale dingen gaan doen. Niet typisch voor de Vrijmetselaar, maar toch.

 


Dat een Vrijmetselaar ook maar een gewoon mens is is natuurlijk waar, maar een dooddoener.

 

 

B/  Gedrag.

 


Als dat iets anders is dan houding, geldt hetzelfde. V.M. is geen serviceclub, op U komt het aan. Dus ook in jouw individuele gedrag moet een verschil te zien zijn. Op zijn minst door jezelf.

 


Als je daartoe in staat bent zul je, ook buiten de loge, voor je mening en overtuiging moeten uitkomen. Je uitstraling zal er toch een moeten zijn van iemand die graag wil dat het beter gaat met de wereld.

 


Het is daarbij dan, denk ik, absoluut niet nodig daarbij uit te dragen dat je Vrijmetselaar bent.

 


Dat is ook niet verkeerd natuurlijk, maar het je doen kennen in het Westen betekent dan in het geheel niet dat de mensen met wie je spreekt de Vrijmetselaar in je herkennen aan das, speld, woord, teken of aanraking. Maar wel dat je streeft naar evenwicht van beleid en naar uiteengaan in de rechte verhouding, handelend volgens de hoogste wet. Ook dáár hoef je overigens geen Vrijmetselaar voor te zijn.

 

 
In het personeelsbeleid bestaat de opvatting dat iemands kwalificatie wordt bepaald door Kennis, houding en vaardigheden. Toen ik zelf directeur personeelszaken was, twintig jaar geleden, vond ik dat een goed hanteerbare opvatting.

 


Bij “kennis” ging ik er dan van uit dat daar altijd iets aan te doen is. Kennis kun je opdoen. Een gebrek aan kennis is, in theorie althans, te repareren.

 


Vaardigheden zijn aan te leren. De een is wat handiger dan de andere, maar oefening baart kunst.

 


Aan houding, dacht ik toen, is niet veel te veranderen. Dus met name de houding gaf vaak de doorslag bij sollicitaties.

 


Door de Vrijmetselarij ben ik aan dat laatste gaan twijfelen. Juist in de Vrijmetselarij, waar je bezig bent aan de ruwe steen te werken, gaat het om houding; om attitude.

 


Ik denk nog steeds dat van de drie elementen die attitude het moeilijkste onderdeel is als het om veranderen gaat.

 


Het heeft van alles te maken met de moraal. Bereidheid tot veranderen van de houding t.o.v. je omgang met mensen, de maatschappij, de godsdienst en de belevingen van religies enzovoorts lijkt mij, voor dit moment, de kern van de uitstraling.

 


 

 


 
Gepresenteerd door: Broeder Henk